|
Twee weken later, op 1 december 1892, vindt inderdaad de volgende vergadering plaats. Behalve de vijf oprichters zijn twee andere juridische studenten aanwezig die nog geen lid willen worden en als ‘hospitanten’ de vergadering mogen bijwonen. De meeste tijd wordt besteed aan het Reglement van het nieuwe ‘Juridisch dispuutgezelschap’. Het doel wordt in artikel l omschreven als het ‘(ontwikkelen van) de juridische aanleg en de oratorische gaven der leden’. De ontwerpers hebben enkele elementen toegevoegd waarvan op de oprichtingsvergadering nog geen sprake was. Tijdens de vergaderingen kunnen ook introduces tot oppositie en kritiek worden toegelaten (art. 7), terwijl ook hoogleraren kunnen worden uitgenodigd een stelling te bestrijden of te verdedigen. Sancties zijn er ook: zo kost meer dan tien minuten te Iaat komen 10 cent; op wegblijven wordt een boete van twee kwartjes gesteld. Een van de slotbepalingen, art. 24, biedt overigens de mogelijkheid van ‘vrijstelling’ bij geldige redenen voor het verzuim. Van de bepalingen die betrekking hebben op bestuur en bestuursleden zij hier alleen art. 13h vermeld, dat nog eens extra verraadt dat het dispuut tot op zekere hoogte in het studentencorps is geincorporeerd: de abactis van Q.B.D. moet van veranderingen in het bestuur en het reglement kennis geven aan de abactis van het corps, terwijl artikel 25 bepaalt dat bij ontbinding van het gezelschap het archief bij laatstgenoemde wordt gedeponeerd. Met algemene stemmen wordt het voorstel van Lohman aangenomen ‘Qui Bene Distinguit Bene Docet’ als zinspreuk van het gezelschap aan te nemen. Tot bestuursleden worden verkozen Van Andel (praeses), Bavinck (abactis) en De Savornin Lohman (fiscus). Als datum voor de volgende vergadering -die volgens het nieuwe reglement niet meer per se op donderdag, maar wel om de twee weken moeten plaatsvinden -wordt vastgesteld I december 1892. Ook wordt het onderwerp vastgesteld waarover men op de Nieuwe Herengracht, waar Hovy woont, zal discussieren. << Vorige Volgende >>
|