Faculteitsvereniging? (7)

In het begin van de 20e eeuw staat wijziging van het reglement regelmatig op de agenda. Herhaaldelijk is er in 1902 en 1903 sprake van dat Q.B.D. een andere koers gaat varen. Op 13 maart 1903 stelt het bestuur aan de andere tien leden, van wie er zeven aanwezig zijn, voor tot de doelstelling van het gezelschap niet alleen het ontwikkelen van de juridische aanleg der leden te rekenen, maar ook het ‘als faculteitsvereeniging zoo noodig (behartigen van) de belangen der studenten in de faculteit der R’geleerdheid’. Zonder slag of stoot verloopt dit niet. Is dit niet onbeleefd en ‘hakzetterig’ tegenover het Studentencorps, de hoogleraren en de directeuren van de vereniging waarvan de VU uitgaat? De beslissing wordt nog uitgesteld voor nader overleg en polsing. Op de volgende vergadering (8 oktober 1903) is het zover en wordt Q.B.D. ‘tevens’ faculteitsvereniging. Beide vergaderingen hebben plaatsgevonden in de juridische ‘faculteitszaal’ aan de Keizersgracht. letwat verrassend: op de voorafgaande vergadering is juist besloten ‘op kamer’, bij de leden thuis, te blijven samenkomen. Het discussieren over stellingen gaat intussen gewoon door, niet zelden komt er op een dispuutsavond meer dan een, dikwijls met actualiteitswaarde, aan de orde: ‘Eed of belofte’, drankmisbruik, echtscheiding bij onderling goedvinden, dierenmishandeling (inclusief vivisectie) en het strafrecht, en voorwaardelijke veroordeling. De nieuwe koers die is gepredikt wordt ook daadwerkelijk ingeslagen, al gebeurt het wel voorzichtigjes aan. Op 30 oktober 1903 komt het voorstel in bespreking door middel van een missive aan Directeuren van de Vereniging aan te dringen op benoeming van ‘lectoren tenminste’. Dat al het onderwijs niet langer door slechts een hoogleraar (Fabius) gegeven kan worden vindt ieder. Wegens ‘het late uur’ en de daardoor ontstane ‘onmogelijkheid van kalm redeneeren’ wordt besloten op de volgende vergadering een conceptrekest te behandelen. Dat gebeurt op 13 november. Er ontstaat dan wel veel spraakverwarring maar geen besluit. Op 4 december, wanneer er al geruchten zijn dat inmiddels een benoeming heeft plaatsgevonden, besluit men definitief tot verzending. Waar blijft het antwoord, is de vraag op een van de volgende vergaderingen (6 mei 1904)? Op de volgende vergadering, 26 oktober van dat jaar, deelt het bestuur mee dat binnenkort een onderhoud over het rekest zal plaatsvinden. Wel een beetje mosterd na de maaltijd, want in de volgende alinea wordt voorgesteld de inmiddels benoemde prof. Anema ‘bij zijne inauguratie te complimenteren’ (28 oktober: ‘De positie van het privaatrecht in onzen tijd’). Behalve dat van Anema begint eind 1904 het hoogleraarschap van Q.B.D.’s oud-voorzitter P.A. Diepenhorst.

<< Vorige Volgende >>