1926-1939 (9)
De tijd ontbreekt om hier diep in te gaan op de verdere inhoud van dit tweede (derde?) notulenboek. Volstaan zij met een korte karakteristiek en enkele grepen die hopelijk smaakmakers zullen vormen voor een vervolg, waarin nieuwe namen en nieuwe generaties Verdam, Gerbrandy, Diepenhorst en De Gaay Fortman de aandacht kunnen krijgen die hun toekomt. Na het feest van eind 1926 blijft het lang stil. Op 8 maart 1928 ‘(herleeft) Q.B. voor de zooveelste maal sinds haar oprichting’. Het is op initiatiefvan N. Okma. Op 7 november 1929 wordt een strafzitting van de Amsterdamse rechtbank bijgewoond. ‘Was er iets bijzonders, dan was prof. Diepenhorst er dadelijk bij en deed zijn, met potloodstrepen geillustreerd, wetboekje de ronde’. Het verslag wordt afgesloten met een knipsel uit ‘Het Volk’, waarin van het bijwonen van de zitting ‘bij wijze van college in strafrecht’ melding wordt gemaakt. In dat jaar probeert men tevergeefs ‘het oude archief weer in handen te krijgen, zie de archiefstukken 61,62,63,64′. ‘Een volgend bestuur’ moet daar maar verder achteraan. Op 22 augustus 1932 zegt de praeses, C. Abraham toe dat hij pogingen in het werk zal stellen het archief van voor 1926 ‘op te eischen’ bij een afgestudeerde die als ‘vermoedelijke bezitter’ daarvan wordt omschreven. Blijkens een later jaarverslag is ‘dank zij aanwijzingen van oud-leden’ het allereerste notulenboek in de schoot van Q.B.D. teruggekeerd. Toen nog niet definitief, zoals wij nu weten. Diverse (pogingen tot) reglementswijziging blijven hier verder onbesproken. Op de gewone vergaderingen zijn het meest sprekers van buiten, al dan niet afgestudeerd aan de VU, of uit het buitenland (Hans Kelsen bijvoorbeeld op 25 mei 1937) die optreden. Over buitenland gesproken, Prof. Vrij uit Groningen zou op de diesvergadering van 14 november 1938 spreken over de ‘zedelijke aard van de schuld in het recht’. Hij moet echter vlak voor het begin van de vergadering uit Groningen afbellen. Zijn vliegtuig -een onverwachte bijzonderheid -heeft Schiphol wegens dichte mist niet kunnen bereiken en is naar Groningen teruggekeerd. Zijn plaats wordt ingenomen door de eigen hoogleraar Rutgers, die een ‘uitgebreide improvisatie’ over het onderwerp ten beste geeft. Vrij verschijnt op 3 februari 1939 alsnog. De verslagen van deze vergaderingen in de jaren dertig zijn opvallend serieus en degelijk. Sommige vergaderingen worden samen met UvA-studenten georganiseerd. Ook met andere faculteiten is er contact. De omstandigheden veranderden en dus ook Q.B.D. Evenals zijn voorgangers maakt praeses A.M. Donner er in het jaarverslag 1938-1939 gewag van dat het aantal juridische studenten inmiddels vertiendubbeld is (ten opzichte van de drie a vier per jaar 50 jaar eerder). De zelfwerkzaamheid der leden is sterk teruggelopen, men beperkt zich nu tot het aanhoren van belangrijke sprekers. Dat kan ook omdat de hoogleraren nu door middel van casuscollege, scriptie en collegerechtbank de oude taak van Q.B.D. hebben overgenomen. Kan Q.B.D. zo doorgaan? Er is twijfel, getuige ook het feit dat onlangs een juridisch dispuutgezelschap is opgericht. Diplomatiek merkt hij op: ‘Het valt zeker aan te bevelen hiermee in nader contact te treden, ook waar men aan de duurzaamheid misschien mocht twijfelen’. Q.B.D. heeft de concurrentie overleefd. Ook na de eerste vijftig jaar. Om te weten te komen hoe precies, is het terugvinden van nog meer archiefmateriaal nodig.

<< Vorige